Inloggen

OOG VOOR ELKAAR – Deel 2

OOG VOOR ELKAAR – Deel 2

Joh 13:34-35; Rom. 15:1-13 e.a.

  1. II. Deze liefde komt tot uitdrukking in:

 

1. Aanvaarding van elkaar (Rom. 15:7)[1].

 

Dit vers is de conclusie van Rom. 14:1-15:6 dat gaat over de onderlinge verdraagzaamheid. Alleen als we ons aanvaard weten door de ander kunnen we tot werkelijke ontplooiing komen. Dit is dan ook van grote pastorale betekenis. De gemeente zou een plaats moeten zijn waar mensen zichzelf kunnen zijn, waar men zijn gaven en talenten kan ontwikkelen en de vrede in Christus leert ervaren. Dat kan alleen als we ons door de anderen aanvaard weten. Voelt we ons aanvaard in uw gemeente? Geven we anderen het gevoel dat zij zich aanvaard mogen weten? Misschien vindt u het moeilijk om anderen te aanvaarden. Dit was ook in de gemeente te Rome een probleem. Daarom schrijft Paulus: "... aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft". Het is een opdracht.

 

Als Christus ons aanvaard moeten wij ook de ander aanvaarden. Misschien heeft u moeite met bepaalde overtuigingen of gedragingen van de ander, maar dat geeft ons nog niet het recht om de ander bij voorbaat te veroordelen. Dit betekent niet dat er geen dingen zijn die we zouden moeten veroordelen in de gemeente, maar het gaat hier niet om zonde, maar om uiterlijke zaken die zo gemakkelijk tussen mensen komen in te staan. Als God zo iemand aanvaard (vgl. 14:3), waar halen wij dan het recht vandaan om hem te veroordelen? Meer nog, Paulus zegt dat we hem/haar zelfs geen aanstoot mogen geven (Rom. 14:13; vgl. Jac. 4:11).

 

Het gevolg van het elkaar aanvaarden is eensgezindheid (Rom. 12:16;15:5; vgl. Mc. 9:50). Eensgezind zijn betekent niet dat we het in alles met elkaar eens zijn, maar dat we naar het voorbeeld van Jezus Christus bereid zijn om afstand te doen van eigen rechten en vrijheden en rekening houden met het geweten van de ander. Eensgezindheid is misschien wel de grootste uitdaging voor de gemeente in deze tijd. Scheuringen van gemeenten zijn nl. schering en inslag geweest in de afgelopen paar jaar, met name in evangelische kringen. Dat is een anti-getuigenis. Als we echter één zijn in de Heer en met elkaar, dan zal God daardoor verheerlijkt worden (Rom. 15:6,7,9), en zullen de volken God aanbidden vanwege Zijn barmhartigheid (vgl. Joh. 17:22-23). De eenheid onder de gelovigen is het bewijs van Gods liefde voor de wereld.

 

2. Het dienen van elkaar (Gal. 5:13-15).

 

Eén van de eerste dingen die we een pasbekeerde moet leren is dat hij nu deel uitmaakt van een gemeenschap - de gemeente. Als leden van hetzelfde lichaam (Rom. 12:5; 1 Cor. 12:25), hebben we tot taak om elkaar te dienen en voor elkaar te zorgen (vgl. 1 Pt. 4:10). Dat kan betekenen dat we besluiten om eens een bloemetje te brengen naar een zieke of bejaarde, of iemand helpen met de verhuizing. Er zijn legio mogelijkheden om een blijk van liefde te geven als we daar oog voor krijgen. Op die manier leren we ook snel genoeg waar onze gaven liggen, zodat we nog beter ingezet kunnen worden in de gemeente.

 

3. Het aannemen van een houding van nederigheid jegens elkaar

 

Niet zonder reden wijst Jezus echter op het gevaar van de meeste te willen zijn (Luc. 9:46-48). Petrus die ook met de andere discipelen gediscussieerd had over de vraag wie er nu het meest belangrijk was, schrijft later in zijn brief: "Omgordt u allen jegens elkander met nederigheid, want God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade" (1 Pt. 5:5)[2]. Het werkwoord "omgorden", dat Petrus hier gebruikt doet ons sterk denken aan Joh. 13:4 vlg., waar Jezus in alle nederigheid de voeten van de discipelen waste en hen zo een voorbeeld naliet van hoe zij met elkaar zouden moeten omgaan nadat Hij van hen zou zijn heengegaan. Zo zegt Hij tegen zijn discipelen:

 

"Gij noemt Mij Meester en Here, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het. Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb" (vs. 13-15). Dat Jezus hier niet alleen spreekt over het voeten wassen is duidelijk[3], maar wat Hij hier zegt heeft een veel bredere betekenis, nl. het elkaar in liefde concreet willen dienen. Jezus geeft zijn discipelen hier een blijvende opdracht. Het gaat daarbij niet zozeer om de taak die verricht moet worden, maar vooral om de houding: een houding van dienende nederigheid.

 

Dit betekent o.a. dat we niet mogen heersen in de gemeente (1 Pt. 5:3). Heerszucht is een bron van veel problemen in de gemeente en in het huwelijk. Zo behoren de oudsten de 'kudde Gods' waarover zij gesteld zijn, te verzorgen door haar te beschermen, te voeden en de weiden (vgl. Ez. 34). De kudde is niet van de herders, maar van God. Daarom mag het hoeden van de gemeente en het toezicht houden over de gemeente nooit worden tot een overheersen van de gemeente. Niet de heerschappij van de oudsten, maar die van Christus moet gestalte krijgen in de gemeente. Als de oudsten zó de gemeente hoeden, zullen zij daarvoor een erekrans ontvangen bij de verschijning van de opperherder, dus van Christus Zelf.

 

In het huwelijk mag de man niet heersen over de vrouw. Hij moet haar respecteren en liefhebben en haar groei in het geloof bevorderen (Ef. 5:22 vlg.). In het huwelijk zijn de partners elkaar tot pastor. Als een man zijn vrouw ruw behandelt of domineert heeft dit ook zijn invloed op zijn relatie met God. Dit uit zich het eerst in het gebed. Petrus waarschuwt daarvoor wanneer hij schrijft: "... mannen, leeft verstandig met uw vrouwen, als met brozer vaatwerk, en bewijst haar eer... , opdat uw gebeden niet belemmerd worden" (1 Pt. 3:7).

 

Ook mogen de ouders, en m.n. de vader niet zo heersen over hun kinderen zodat zij niet tot eigen ontplooiing kunnen komen en verbittert worden (Ef. 6:4). Wel moeten kinderen terechtgewezen worden, maar dat mag alleen uit liefde gebeuren, niet uit kwaadheid. Er zijn m.n. drie criteria voor de Bijbelse tucht: Het moet uit liefde zijn, beheerst en in het welzijn van het kind. Wel hebben kinderen behoefte aan duidelijke grenzen, maar er moet ook ruimte zijn om zichzelf te kunnen ontplooien. Opvoeding is echter niet altijd gemakkelijk, en ouders verdienen dan ook de steun van de gemeente.

 

 

Geert Hoekstra



[1] vgl. Gal. 6:2; Ef. 4:2,32; Col. 3:13.

 

[2] vgl. Fil. 2:3; Ef. 5:21.

 

[3] vgl. 1 Tim. 5:10.

 

Beth Shalom NijverdalWij zijn een kerk met als basis de genade, liefde en vrede van Jezus Christus voor iedereen.