In de vorige bijdrage heb ik iets gezegd over zachtmoedigheid en het verlangen naar gerechtigheid als kwaliteiten die God in ons leven wil uitwerken. Samen met de twee eerste zaligsprekingen zeggen die iets over onze relatie met God. De volgende vier gaan over onze relatie met anderen.
Dit komt ook overeen met het liefdegebod. Het eerste gebod luidt: “Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand”. Het tweede gebod is: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf” (Matt. 22:37-39).
Als mens zijn we geneigd te denken dat we pas invloed kunnen uitoefenen als we rijk zijn of een hoge positie hebben met veel macht. Jezus leert zijn discipelen dat zij als kleine groep gewone mensen de hele wereld kunnen beïnvloeden. Die invloed wordt niet zozeer bepaald door wat ze hebben of wat ze doen, maar door wie ze zijn. Dat hebben we in de eerste vier zaligsprekingen gezien. Daarin leert Hij ons wat voor soort mensen we moeten zijn. In het tweede deel leert Hij ons hoe wij van betekenis kunnen zijn voor de maatschappij waarin we leven. Dat komt tot uitdrukking in de volgende uitspraken van Jezus. Het begint met:
II. Onze relatie met anderen
2.1. Zalig de barmhartigen (vs. 7)
Barmhartigheid (eleos) betekent ‘medelijden, medeleven, liefdevolle hulp. Het gaat niet om een uiterlijk medeleven, maar om een volkomen identificatie met de naaste in zijn situatie. We moeten in de huid van de ander willen kruipen om hem te kunnen helpen. Dit is het soort barmhartigheid waarover we lezen in de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. Die barmhartigheid komt vooral tot uitdrukking in de komst van Jezus naar deze wereld om ons te verlossen uit de zonde en van het verderf.
Wij moeten dan ook onze naaste barmhartigheid bewijzen. We moeten oog hebben voor mensen die honger hebben, ziek zijn, verstoten, impopulair of eenzaam zijn, en hun barmhartigheid betonen. Dat betekent praktische hulp geven, maar ook geestelijke steun.
Barmhartigheid is een goddelijke eigenschap. Het is een kenmerk van God zelf. God is barmhartig, en als wij barmhartigheid aan anderen tonen, dan mogen we daarmee iets van God tonen.
Mensen met de eigenschappen die in de eerste vier zaligsprekingen beschreven worden, zijn zich ervan bewust dat ze Gods barmhartigheid hard nodig hebben. Als we barmhartig zijn voor anderen, zullen we de barmhartigheid van God steeds beter leren zien en ervaren in ons eigen leven. Dat is de belofte die Jezus verbindt aan het betonen van barmhartigheid.
2.2. Zalig de reinen van hart (vs. 8)
Jezus wil dat we een rein hart hebben. Rein van hart betekent niet dat we zonder zonde zijn, maar wel puur en oprecht, net als schoon en helder water. Zo zegt de Psalmist:
“Wie mag de berg des HEREN beklimmen, wie mag staan in zijn heilige stede? Die rein is van handen en zuiver van hart, die zijn ziel niet op valsheid richt, noch bedrieglijk zweert.” (Ps 24:3-4)
Wie rein van hart is wil niet God en de wereld tegelijk dienen, maar heeft zijn hart volledig op God gericht (Ps. 86:11). Zo iemand draagt geen masker om telkens weer een andere rol te spelen, maar is transparant. Wij moeten een doorzichtig leven leiden en de mensen recht door ons heen laten kijken. ‘Reinen van hart’ zijn mensen die volkomen oprecht zijn in hun relaties. Ze zijn open en hebben niets te verbergen.
Aan zulke mensen is een grote behoefte in onze maatschappij. Jezus verbindt daar dan ook een belofte aan. ‘Zij zullen God zien’. Dat is voor ons haast niet te bevatten, maar God belooft dat ze op een dag God van aangezicht tot aangezicht mogen zien[1]. Dat is de hemelse volmaaktheid waar we ons naar mogen uitstrekken. Als ons hart nog niet rein is, dan is het nog vol onrust. Dan mogen we aan God vragen om ons hart te reinigen, zodat het volledig aan Hem toegewijd is en er geen twijfels meer zijn.
Geert Hoekstra


