Als gelovigen hebben we het nodig om regelmatig bemoedigd te worden. We kunnen ons allemaal wel een gebeurtenis in ons leven herinneren, waarbij iemand iets zei dat ons bemoedigde of waardoor we weer vertrouwen kregen om verder te gaan. Toch zijn die momenten vaak spaarzaam. Ik ben ervan overtuigd dat we nog veel meer in ons leven zouden kunnen bereiken, als anderen ons daartoe zouden aanmoedigen. We zijn vaak veel beter in het geven van kritiek, dan in het bemoedigen van de ander. Een enkel woord of gebaar kan helpen om alles weer in het juiste licht te zien. Dan kan verfrissend werken. Ook worden we zo bevestigd om door te gaan of worden we even over de drempel heen geholpen bij het nemen van nieuwe keuzes.
Het Nieuwe Testament staat vol van voorbeelden van gelovigen die door hun daden lieten zien dat zij met de ander meeleefden. Het werkwoord “bemoedigen” komt in verschillende vormen, op vele plaatsen in het Nieuwe Testament voor[1].
Eén van de passages waarin over het belang van bemoediging wordt gesproken, is Handelingen 18:27, waar de gelovigen te Efeze Apollos aansporen om naar Achaje te reizen om daar het evangelie te onderwijzen waarin hij zojuist zelf verder onderricht had ontvangen (vs. 26) [2]. Naar de gewoonte van die tijd gaf men hem een aanbevelingsbrief mee, zodat hij gastvrij zou worden ontvangen. Het gevolg van deze bemoediging is dat Apollos moed vat om over te steken van Efeze in Klein-Azië, het huidige Turkije naar Corinthe in Griekenland. Daar zou hij van veel nut blijken te zijn. Zijn opleiding en achtergrond maakte hem bij uitstek geschikt om in Corinthe het geloof te verkondigen. Apollos werd daar zo gezegend in zijn werk, dat Paulus later kon zeggen: “Ik heb geplant, Apollos heeft begoten” (1 Cor. 3:6).
Een vraag die we ons kunnen stellen is of Apollos deze stap ook had durven nemen zonder daartoe aangemoedigd te zijn door de broeders in Efeze. Een bemoediging kan van grote betekenis zijn binnen Gods Koninkrijk en bijdragen aan de verdere verspreiding van het evangelie.
Bemoediging zou dan ook een belangrijke plaats moeten innemen in de gemeente. Er gaat echter nog iets aan vooraf. Om de ander te kunnen bemoedigen moeten we geloof hebben in de ander, of nog beter we moeten naar de ander leren kijken door de ogen van God. Bij het voorbereiden van deze overdenking, moest ik daarbij denken aan een documentaire die hier een goede illustratie van is:
Enige tijd terug zag ik een documentaire over het maken van diamanten. Voordat een diamant wordt gemaakt, wordt er een scan gemaakt van de ruwe steen. Met behulp van die computerscan wordt de diamant van alle zijden bekeken en zo ontstaat een beeld van hoe de diamant er na bewerking uit zal gaan zien. Dan begint men met het bewerken van de diamant. Een beeldhouwer zegt vaak dat het kunstwerk al in de steen besloten lag. Het moet er alleen nog uitgehaald worden.
Zo is het ook met ons. We zijn allemaal ruwe diamanten, en God weet welke mogelijkheden er in ons verborgen liggen. Maar om die talenten en gaven te kunnen ontwikkelen, moeten we eerst in een atelier of werkplaats gebracht worden. Die werkplaats is de gemeente. De gemeente zou een plaats moeten zijn waar gelovigen kunnen uitgroeien tot de persoon die God op het oog heeft. Een van de ‘gereedschappen’ die daarvoor gebruikt worden is bemoediging. Zonder bemoediging kunnen de ‘ruwe stenen’ nooit een diamant worden.
Om zo gemeente te kunnen zijn, en over de juiste ‘gereedschappen’ te beschikken, moeten we vooral aandacht geven aan onze houding. Met welke houding of gezindheid gaan we naar de gemeente? Hoe verhouden we ons tot de ander? Wat zijn onze verlangens en waar willen we ons voor inzetten? Vormen we als gemeente een eenheid met een duidelijk doel voor ogen?
Over die houding of gezindheid spreekt Paulus in het tweede hoofdstuk van de Filippenzenbrief, waar hij uitvoerig ingaat op het voorbeeld van Christus dat ook onze basishouding zou moeten zijn.
Om die gezindheid van Christus te verhelderen, gebruikt Paulus een lied (vs. 6-11), dat de vorm heeft van een psalm. Daarin gaat het over de nederigheid van Christus die ons tot voorbeeld is. Door eenzelfde houding aan te nemen, kunnen we loskomen van onszelf en beginnen we oog te krijgen voor de ander. Dan komt er meer ruimte voor de ander en leren we hoe de liefde van Christus door ons kan heenwerken. Zo ontstaat er een klimaat waarin mensen tot persoonlijke ontplooiing kunnen komen en ontstaat er een hechte gemeenschap. Als de gemeente zo functioneert, dan gaat daar ook een uitstraling van uit, zoals we lezen in vs. 15 van dit gedeelte, waarin staat dat wij als lichtende sterren mogen schijnen in de wereld.
Geert Hoekstra
[1] Het meest gebruikte werkwoord is parakalew (parakaleo). Dat betekent o.a. (1) ‘erbij roepen, te hulp roepen, smeken, (2) ‘oproepen, vermanen, aansporen, en (3) (vriendelijk) aanmoedigen, bemoedigen, vertroosten’.
[2] Hier wordt het werkwoord protrepw (protrepo) gebruikt dat alleen hier voorkomt. Het wordt hier in overdrachtelijke betekenis gebruikt en betekent: aansporen, aanmoedigen.
Wilt u reageren op dit artikel? Doe dan dat hieronder door een reactie te sturen. Moeten we bijvoorbeeld vaker van dit soort artikelen publiceren?


