Frans Nijhof vertelt zijn levensverhaal: Het was 2 juli 2002...
Ik was naar de dokter geweest voor wat klachten over pijn in mijn borst. Hier had ik al wat langer last van en was ook wel eens eerder bij de huisarts geweest, maar die deed het af als zijnde spanning. Ik kon met deze diagnose goed leven, want ik had inderdaad een hectische tijd achter de rug. Een druk gezin met een nog drukkere baan met onregelmatige werktijden en daarnaast had ik net een deeltijd HBO-opleiding sociaal pedagogische hulpverlening afgesloten. Ik was er beretrots op dat ik deze gehaald had, maar het had mij alles gekost. Ik herinner mij de avonden dat ik thuis met tranen in mijn ogen van vermoeidheid mijn huiswerk zat te maken. Geen wonder dus dat ik wat gespannen was.
Maar deze dag was het anders
Ik had echt pijn en ging opnieuw naar de huisarts. Deze verwees mij ogenblikkelijk door naar de specialist. En hier stond ik dan aan de balie. Ik had net een onderzoekje gehad en wachtte op de uitslag.
Ik moest onmiddellijk worden opgenomen
Ik vroeg of ik eerst even naar huis kon om een pyjama en tandenborstel op te halen.
"Geen sprake van", was het antwoord. Hoe kon ik zoiets vragen? Ik voelde mij bijna schuldig.
Ik werd opgenomen en moest nog een test doen met de fiets. Daaruit bleek dat ik een zeer ernstige afwijking had.
Drie vernauwingen in mijn aderen
Na een catheterisatieonderzoek (aderonderzoek) bleek dat ik drie vernauwingen had, waarvan één zeer ernstig. De ader zat voor 90% dicht op enkele centimeters van mijn hart. De artsen vertelden mij dat ik geluk gehad had. Drie maanden langer zou fataal hebben kunnen zijn. Er was sprake van vier omleidingen.
Binnen en buiten de gemeente werd er intensief voor mij gebeden.
Ik ervoer in deze tijd een machtige vrede van God. Ik was klaar om te sterven. "Dood waar is uw prikkel?" De omleidingen gingen niet door. Het werd dotteren. Afijn, ik ben gedotterd en het ging niet goed. Een half jaar later werd ik opnieuw gedotterd en het ging nog niet goed. Daarbij kreeg ik vier keer een maagbloeding, waarvan ik er bij één opgenomen moest worden in het ziekenhuis.
Ik was inmiddels 80 tot 100% afgekeurd.
Hier was ik niet blij mee, want om dit percentage te bereiken moet iemand tegenwoordig aardig creatief zijn. Mijn lichaam wilde niet meer. Anderhalf jaar lang was ik in deze toestand. Vaak ging ik naar voren om met mij te laten bidden, pleitend op het volbrachte werk van Jezus, totdat ik dacht: "Het is goed zo!" De Heer weet het.
Tot op die bewuste bidstond in mei 2004
Zomaar een bidstond. Geen bijzondere zalving of speciaal gevoel. Onder het bidden kwam plotseling Chris Hogenkamp naar mij toe en begon voor mij te bidden. Het was een bijzonder gebed. Hij was bijna kwaad, gelukkig niet op mij maar op de ziekte. Hij bestrafte de ziekte en de bidstond ging verder zoals zovele bidstonden.
De volgende ochtend merkte ik een enorm verschil
Ik kon normaal niet verder dan 50 meter lopen zonder pijn, maar nu kon ik gewoon doorlopen.
Mijn toestand verbeterde steeds meer
Bij de controle vertelde de cardioloog dat dit een wonderbaarlijk herstel was. Het dotteren had goed gewerkt. Ik hoefde nog maar één keer terug te komen voor controle. De laatste controle heb ik hem dit getuigenis verteld en hij zei mij hierin te geloven. Er was ook eens iemand geweest in Lourdes die 'baat' gevonden had, maar dit was wel bijzonder. Hij vroeg welke gemeente ik naar toe ging en toen trok hij wat bij want ook Reint Nieuwenhuis was genezen door de Heer en had dit onlangs aan hem verteld. Dat hoorde ik achteraf van Reint.
Wel om een lang verhaal kort te maken:
Ik werk weer voor 100% in een misschien nog wel zwaardere baan, maar heb wel mijn prioriteiten geleerd. En bovenal dank ik natuurlijk mijn Heer en Heiland Jezus Christus. Mijn genezing gaat nog steeds door. Het is een progressief proces. Ik ben nu in staat om 15 à 20 km te wandelen en 50 km te fietsen en dit heeft misschien meer te maken met mijn gebrek aan conditie dan mijn hart.
De les die ik geleerd heb: Ga door met gebed
God doet dingen op Zijn tijd. Hij haalt altijd het goede uit een situatie. Ik was op een punt waarop het mij niet meer uitmaakte of ik wel of niet genezen zou worden. Het tastte mijn liefde voor de Heer niet meer aan. Maar God is een goede God en ik denk dat ik klaar ben om Hem te ontmoeten.


