Judith Planjer vertelt wat over de spirituele weg die ze in het verleden gegaan is.
Ook ik ging- toen ik het huis uit ging om te studeren en later te werken in Amsterdam- op zoek naar de zin van het leven.
Oosterse leer en filosofie
Als kind ben ik niet kerkelijk opgevoed, heb wel op een christelijke middelbare school gezeten en op een katholieke opleiding. Kwam ik thuis met verhalen over de Bijbel, dan zei mijn vader dat er meer spirituele waarheden waren dan alleen het christendom, zowel op filosofisch als religieus gebied. In Amsterdam kwam ik in contact met de Practische School voor Filosofie waar ik bijna 20 jaar ingezeten heb. Je volgde daar lessen om te ontdekken wie je was, waarom je hier was, en om jezelf te leren kennen. Er werd gesteld dat de mens van nature goed was en geschapen naar Gods evenbeeld (dus goddelijk). Het Zelf in jou was God, maar door de eeuwen heen (c.q. vele levens) was dat bedekt en het was jouw taak om dat zelf (jezelf) te ontdekken. Dit kon d.m.v. meditatie (wat inhield dat je stil werd, je naar binnen keerde en een mantra herhaalde.) Deze mantra was een Sanskriet woord welke de naam van één van de vele hindoeïstische goden was. Deze mantra werd je gegeven tijdens een initiatie-ritueel. De lessen daaraan gekoppeld waren gestoeld op o.a. Plato (leerstellingen van Socrates), Indiase geschriften (veda, gittha) boedisme en christendom. Jezus werd gezien als een verlichte profeet, leraar gelijk aan boeddha en krisna en ons werd voorgehouden om ook die weg naar verlichting op te gaan. Het doel was om uiteindelijk ook zo verlicht te worden dat je één werd met God. Dit doel hoefde niet in dit leven bereikt te worden want men geloofde in reïncarnatie. Dit betekende dat de staat waar in je nu verkeerde het resultaat was van je werken in een vorig leven (je karma). Dit vond ik wel logisch en was voor mij een verklaring waarom ik met een hartafwijking werd geboren. Om elke dag 2x een half uur te mediteren vond ik moeilijk en vond dat de leer wel erg de oosterse kant op ging. Daarom ben ik uiteindelijk in de gereformeerde kerk terecht gekomen om een soort van balans te vinden tussen westerse en oosterse religie. Maar Jezus Christus bleef toen nog de leraar, profeet, welliswaar goddelijk (maar dat waren we allemaal in feite).
Je kunt jezelf niet verlossen
Toen ik hier in Almelo kwam wonen en niet meer naar filosofie ging kwam ik terecht in een bijbelstudiegroepje voor vrouwen, waar ik voor het eerst hoorde dat Jezus ook een verlosser was en voor mij aan het kruis was gestorven, dat zijn bloed mij redde en kon genezen. Ik kon het eerst niet geloven, omdat ik geleerd had dat je jezelf alleen maar kon en moest verlossen. En dat er een God was die voor mij zorgde en om mij gaf, mij wilde redden. Het heeft een paar jaar geduurd voordat ik mij bekeerde en voor Jezus koos. Ook ben ik toen hier in Beth-Shalom terecht gekomen.
Gevonden wat ik zocht
Bij het lezen van psalm 139 drong het eigenlijk pas goed door hoe God is, hoe Hij mij gemaakt heeft en hoe Hij altijd al voor mij gezorgd heeft. Nu, zo’n God wil ik graag volgen en kennen. Ik heb mij toen laten dopen en mijn dooplied was ook lied 518 “Heer U doorgrondt en kent mij.” Mijn spirituele zoektocht kwam hiermee ten einde omdat ik gevonden heb wat ik zocht. Jezus Christus is mijn redder, bevrijder en verlosser en Hem wil ik volgen.


